Dorp van Teuten en Bokkenrijders
De oudste vermelding van de gemeente Kaulille dateert uit een document van 1249. Volgens de plaatsnamenstudie zou Kaulille afgeleid zijn van "kraaienlille" hetgeen staat voor "Lindenbos waarin kraaien huizen".
De oudste overblijfselen van menselijke aanwezigheid in Kaulille zijn de terpen: grafheuvels uit de ijzertijd (van 1200 tot 300 V.C.)
Vanaf 1303 is er sprake van de parochie Kaulille. De toren van de huidige Monulphus- en Gondulfuskerk dateert nog van die tijd. Het schip van de huidige kerk zelf werd in 1932 gebouwd (opmerkelijk interieur van kunstenaar Thomas Watson).
Kaulille was tijdens de 17de, 18de en 19de eeuw een centrum van de bekende teuten. Dit waren rondreizende handelaars, die hun handelsgebied uitbreidden tot Noord-Holland, Duitsland en zelfs Denemarken. In de winter vervaardigden deze teuten hun goederen (elleteuten maakten stof, koperteuten, ...), die ze 's zomers dan verkochten. Na hun trektochten hielden ze dan een groot feest in het Keizershof, een teutenafspanning uit 1555.
In die tijden werden de inwoners van Kaulille geterroriseerd door de beruchte bokkenrijders, die er niet voor terugschrokken de dorpskerk leeg te plunderen. Het waren de Kaulillenaren die hen in 1789 hielpen arresteren.
In Kaulille vind je ook de Sevensmolen, een kleine grondzeiler die dateert van het einde van de 19de eeuw. In het molenhuisje heeft de Heemkundige Kring van Kaulille een museumpje ingericht over de geschiedenis van Kaulille. Je kan een bezoek regelen via Ann Rombaut, tel. 089 20 19 76 | ann.rombaut@bocholt.be.
Op het einde van de 19de eeuw kende Kaulille een forse bevolkingstoename door de komst van buskruitfabriek Cooppal (het latere P.R.B.). Ook de oprichting van een legerkazerne van het regiment "Grenswacht" bracht nieuwe inwoners naar Kaulille.
Kaulille fuseerde in 1977 met Bocholt.