Kastanjemineermot
wat is dat?
Sinds kort is de kastanjemineermot in België een plaag geworden. De larven van deze mot brengen ernstige schade toe aan de bladeren van de paardekastanje door zich in de bladeren te nestelen en er gangen in te graven: vandaar de naam “mineermot”.
De motjes zijn goudbruin, ongeveer 0,5 cm groot en hebben een fijn wit/bruin strepenpatroon op de vleugels. Op de kop en op het achtereinde van de vleugels staan franjes.
Niet het mineermotje zelf, maar de larve van de mineermot is verantwoordelijk voor ernstige schade. De larven met duidelijk diep ingesneden segmenten zijn pootloos en afgeplat. Ze zijn maximaal 3-4 cm groot.
welke schade richten ze aan?
De toegebrachte schade kan indrukwekkende proporties aannemen, waarbij de aangetaste bomen bij zeer massale aanvallen volledig bruin kleuren en in de zomer de bladeren reeds beginnen te vallen. Indien de plaag en de bladval midden in het groeiseizoen opduiken is de boom niet in staat voldoende reserves voor de winter en de daaropvolgende lente op te bouwen. Hierdoor verzwakt de boom jaar na jaar waardoor hij vatbaarder wordt voor andere ziekten en plagen, wat uiteindelijk tot het afsterven ervan kan leiden.
wat kan je zelf doen?
De mot brengt de winter door in popstadium in afgevallen bladeren. Om de schade binnen de perken te houden is het dan ook belangrijk dat de afgevallen bladeren tijdig worden verwijderd en vernietigd.
Als je ook paardekastanje in je tuin hebt staan, raden we aan het bladafval niet op de composthoop te gooien maar naar het containerpark te brengen. De temperatuur in eigen composthoop of bak is zelden hoog genoeg om de poppen en larven te doden, waardoor de aantasting sluimerend aanwezig blijft om het volgende jaar weer toe te slaan.
wat doet de gemeente?
Vóór de bloei zal de gemeente speciaal ontworpen feromoonvallen en lijmvallen aanbrengen bij de paardekastanjes die op openbaar domein staan. Dit zijn biologische bestrijdingsmiddelen.
Feromoonvallen:
Per boom worden (afhankelijk van het kroonvolume) 1 tot 2 feromoonvallen opgehangen onderaan in de boom. Deze vallen zullen massaal de ontloken mannetjes vangen.
Lijmvallen:
Juist onder de eerste vertakkingen van de boom worden boven elkaar 2 lijmbanden aangebracht. De vrouwelijke motjes kruipen in het voorjaar namelijk via de stam omhoog naar de kruin. De lijmbanden vangen de omhoog kruipende vrouwelijke motjes op. Ze worden aangebracht zodra de motten uit de poppen kruipen namelijk vanaf begin april. Tot half mei blijven ze in de bomen hangen.
Voor meer informatie neem je best contact op met de groendienst:
tel. 089 20 19 50.
e-mail groendienst