Men kan op voorhand zijn voornemen bekend maken wat na het overlijden met zijn stoffelijk overschot gaat gebeuren.
Zo kan men kiezen tussen:
1. begraving
2. crematie gevolgd door uitstrooiing van de as in de Belgische territoriale zee
3. crematie gevolgd door uitstrooiing van de as op een daartoe bestemd perceel van de begraafplaats
4. crematie gevolgd door uitstrooiing op een andere plaats dan de begraafplaats (moet door de overledene schriftelijk bepaald zijn)
5. crematie gevolgd door begraving van de as binnen de omheining van de begraafplaats
6. crematie gevolgd door begraving op een andere plaats dan de begraafplaats (moet door de overledene schriftelijk bepaald zijn)
7. crematie gevolgd door bijzetting van de as in een columbarium
8. crematie gevolgd door terbeschikkingstelling van de urne aan de nabestaanden met het oog op bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats (moet door de overledene schriftelijk bepaald zijn). De persoon die de as in ontvangst neemt, is verantwoordelijk voor de naleving van volgende bepaling:
Indien er een einde komt aan de bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats, wordt de as door toedoen van de nabestaande die er de zorg voor heeft (of zijn erfgenamen in geval van diens overlijden) naar een begraafplaats overgebracht om er begraven, in een columbarium bijgezet of uitgestrooid te worden.